Hoe ik jouw Labradoodle socialiseer, voordat de pup bij je komt

Mijn werk betreft eigen­lijk twee aspec­ten, waaraan ik zeer hecht.
Ten eer­ste – het pre­na­tale aspect, dus de manier waarop ik voor de zwan­gere teef zorg.
Ten twe­ede – de manier waarop ik voor de juiste socia­li­sa­tie van de pups zorg, met nadruk op alle kri­ti­sche ontwik­ke­lings­fa­ses, voor­dat deze bij de nie­uwe eige­naar terechtkomen.

De pre­na­tale fase.
Ik zorg vooral voor welzijn van de drach­tige teef. Niet alleen door gezonde voeding, maar ook door het aan­bie­den van posi­tieve sti­mu­lan­sen.
“Onde­rzo­eken wezen uit, dat pups van een moeder die tij­dens dra­ag­pe­riode onder­wor­pen werd aan aller­lei soor­ten stress zenu­wach­tig en ang­stig waren”(1).
Bewust beperk ik de stress situ­aties (die voor elke teef anders kun­nen zijn), en bied posi­tieve sti­mu­lan­sen aan.
Zowel de “stress” hor­mo­nen als de “geluk” hor­mo­nen – vooral in de derde tri­me­ster van de dra­ag­pe­riode – zijn van groot invloed op ontwik­ke­ling van de onge­bo­ren pups. Ze kun­nen nut­tig zijn, of omge­ke­erd (in het geval van stress) nega­tieve invloed heb­ben op de leerver­mo­gen, neigin­gen tot extreem gedrag of emo­tio­nele gevo­eli­gheid van jonge pups.
Juist hie­rom is het zo belan­grijk om tij­dens deze periode goed voor de drach­tige teven te zor­gen.
De pre­na­tale fase ein­digt op moment dat de pups gewor­pen worden.

De neo­na­tale fase (dag 0 t/m 12)
Som­mi­gen gelo­ven in vro­ege neu­ro­lo­gi­sche sti­mu­la­tie van de pups, welke al vanaf de derde levens­dag door­ge­vo­erd wordt. Daar gelo­ven wij ook in, maar onze bena­de­ring is zeer sub­tiel. In prak­tijk komt het erop neer, dat we de pups aan­ha­len, aaien, knuf­fe­len. We doen er alles aan dat dit voor de die­ren geen stress met zich meebrengt, omdat we er vanuit gaan, dat de eer­ste weken van hun leven de pups bij hun moeder moeten zijn. Haar warmte moeten voelen en zo een gevoel van veili­gheid en gebor­gen­heid kun­nen ontwikkelen.

De tus­sen­fase (dag 12 t/m 20)
Zodra de pups hun ogen en oren ope­nen, zet­ten we de radio aan. De muziek die uit de radio komt mag niet agres­sief zijn. Het moet zacht en rust­ge­vend zijn. De pups hoeven niet door invlo­eden van buite­naf opge­dre­ven te wor­den. Ook sla­aplie­djes of hoor­spro­okjes zijn goed. Ik laat de pups hun omge­ving (huis) zien. Deze sti­mu­lan­sen pas ik gefa­se­erd toe, om niet te over­dri­jven. Voor de socia­li­sa­tie heb­ben we nog veel tijd, er is geen haast.

De socia­li­sa­tie fase (week 3 t/m 12)
Deze fase ver­deel ik in drie etap­pes:
1. Socia­li­sa­tie met moeder en ove­rige pups
2. Socia­li­sa­tie met men­sen
3. Pup blo­ot­stel­len aan sti­mu­lan­sen van buitenaf

Ad.1 Socia­li­sa­tie met moeder en ove­rige pups
Ik laat de pups vrij met elkaar ravot­ten. Ik haal de kle­ine vech­ters­ba­zen niet uit elkaar. Ze moeten leren om in de hon­den­taal met elkaar te com­mu­ni­ce­ren, zodat ze de toekom­stige con­flic­ten zelf kun­nen oplos­sen. Tot het einde van deze fase laat ik ze bij elkaar. Zeer belan­grijk is het leren bij­ten (con­trole over de kaak­druk tij­dens bij­ten). Het is een heel leuk, maar ook zeer belan­grijk en leerzaam spel. Als een van de pups een andere pup bijt, zal de gebe­ten pup eerst jan­ken, en in twe­ede instan­tie zal deze zich omdra­aien en het spel beëin­di­gen. Voor de bij­tende pup is dat al een straf op zich: ik beet te hard„ en nou is het spel­le­tje afge­lo­pen. Andere keer zal de bij­tende pup zelf ook gebe­ten wor­den, en dan merkt het, dat het zeer doet. Op die manier leren de pups een zachte beet, en dit leren ze juist van elkaar. Ook van de moeder krij­gen ze een belan­grijke les. Als een pup tij­dens het voeden te hard in haar tepel bijt, zal de lek­kere melk stop­pen met vlo­eien.
De pups leren com­mu­ni­ce­ren ook door mid­del van de zoge­na­amde kal­me­rende signa­len (cal­ming signals): gedra­aid hoofd, lik­ken van de snuit, gapen of kwi­spe­len met de sta­art. Laten we het kwi­spe­len onder de loep nemen. Kwi­spe­len met de sta­art hoeft hele­maal niet te bete­ke­nen: “ik vind jou leuk”. Maar hoe kan een pup, dat te vroeg van zijn bro­er­tjes en zusjes afge­sche­iden is, dat nou weten? Voor hem zal elk vorm van kwi­spe­len (heel entho­usiast alle kan­ten op kwi­spe­len of korte, zenu­wach­tige bewe­gin­gen van een strak gespan­nen sta­art) exact het­zel­fde bete­ke­nen. Als een hond het ver­schil tus­sen kwi­spe­len “ik wil met je spe­len” en kwi­spe­len “blijf op afstand, kom niet te dicht­bij” niet weet, kan heel eenvo­udig tot een con­flict komen, omdat de hond elk vorm van kwi­spe­len als uit­no­di­ging voor spel zal zien. Om deze reden zijn de inte­rac­ties tus­sen de pups zo belan­grijk, en om deze reden geef ik daar veel aan­dacht aan.

Ad. 2 Socia­li­sa­tie met men­sen
Socia­li­sa­tie met eigen soort­ge­no­ten is belan­grijk; immers, een pup moet weten van wel soort het een deel uit­ma­akt.
Niet min­der belan­grijk is socia­li­sa­tie met men­sen. Juist met de mens zal het hond zijn leven door­bren­gen.
Belan­grijke rol hie­rin spe­elt het leren ken­nen van ver­schil­lende men­sen. Vro­uwen, man­nen, kin­de­ren, lange men­sen, kle­ine men­sen, dikke men­sen, magere men­sen, ver­schil­lend geklede men­sen. Heel vaak nodig ik mijn ken­nis­sen uit om ons te bez­oeken, of ga ik zelf op bez­oek, elke keer met een andere pup. Zo zien de pups veel ver­schil­lende men­sen. Ik vraag mijn ken­nis­sen om de pups wat lek­kers te geven, zodat de pups het uit de hand moeten pak­ken – het eten een groot posi­tief sti­mu­lans, en kle­ine pups zijn grote sno­ep­pers. In de toekomst zul­len de hon­den geen angst voor vre­em­den heb­ben – maar alleen als mijn werk door de nie­uwe baasje voort­ge­zet wordt.
Zou ik de kwe­stie van socia­li­sa­tie tij­dens deze kri­tieke periode ver­wa­ar­lo­zen, en de nie­uwe eige­na­ars zouden daar ook geen aan­dacht aan beste­den, dan zou dit geme­en­schap­pe­lijk falen in de toekomst kun­nen leiden tot ont­staan van gedragsproblemen.

Ad. 3 Pup blo­ot­stel­len aan sti­mu­lan­sen van buite­naf
Een pup blo­ot­stel­len aan ver­schil­lende sti­mu­lan­sen is mijn favo­riete bez­i­gheid.
Het een per­fecte moge­lij­kheid om samen te spe­len –de pups zelf door een kar­ton­nen doos of een tun­nel te laten lopen. Pups komen voor het eerst op een trim­ta­fel te staan, waar ze gebor­steld wor­den, waar hun oren scho­on­ge­ma­akt wor­den, waar hun nagels bij­gek­nipt wor­den. Vaak doe ik de sto­fzu­iger aan. In het alge­meen laat con­fron­teer ik de pups met situ­aties waarin ze in de toekomst in terecht kun­nen komen. Belan­grijk is – hoe meer sti­mu­lan­sen, hoe beter. De erva­rin­gen, welke ze nu opdoen zul­len in later leven een uitwer­king heb­ben, die ver­ge­lijk­baar is met resul­taat van een inen­ting. Met andere woor­den: voor­dat je pup echt je pup wordt, heb­ben wij enorm veel werk aan, maar ook enorm veel ple­zier van.
Uite­ra­ard moet je niet ver­ge­ten, dat het­geen wij gedaan heb­ben bij “Wlo­chata Pasja” (Hairy Pas­sion) slechts het begin is – rest is afhan­ke­lijk van jou. Veel plezier!

Dit is docu­men­ta­tie betref­fende de socia­li­sa­tie van ver­schil­lende worpen:

http://www.australische-labradoodle.nl/nieuws/we-hebben-australian-labradoodle-pups-2/

http://www.australische-labradoodle.nl/nieuws/we-hebben-australian-labradoodle-pups/

——————————————————————————————————————————————

Wło­chata Pasja
Fok­ker van ori­gi­nele Austra­lian Labra­do­odles
www.australische-labradoodle.nl